14 foto's | Zo ging Cruijff van 'Jopie' naar 'De Verlosser'
In dit artikel:
Hendrik Johannes (Johan) Cruijff groeide op in Betondorp, op korte afstand van stadion De Meer, en was vanaf jonge leeftijd onlosmakelijk verbonden met Ajax. Op tienjarige leeftijd trad hij toe tot de jeugdopleiding; jeugdtrainer Jany van der Veen herkende al vroeg zijn uitzonderlijke techniek en spelinzicht. In 1963 tekende de zestienjarige Cruijff een fulltime contract – hij was daarmee een van de eerste betaaldvoetballers van de club naast Piet Keizer.
Zijn officiële debuut volgde op 15 november 1964 tegen GVAV, waarbij Cruijff ook het enige Ajax-doelpunt maakte. Na een moeizaam seizoen en de komst van Rinus Michels als trainer (januari 1965) kantelde het tij: Ajax werd landskampioen in 1966 en in 1966/67 brak Cruijff volledig door als topscorer met 33 treffers in een elftal dat dat seizoen 122 goals maakte. In 1969 bereikten Cruijff en Ajax de finale van de Europa Cup I, een aanwijzing dat de club zich op het hoogste Europese podium kon meten, al werd die finale verloren van AC Milan.
De vroege jaren zeventig markeerden de hoogtijdagen: met Cruijff als spil won Ajax drie opeenvolgende Europa Cups (1971–1973), aangevuld met internationale prijzen als de Wereldbeker en de Europese Supercup. In 1973 vertrok Cruijff naar FC Barcelona, waar hij uitgegroeid is tot cultheld ‘El Salvador’ en daar nog twee keer – naast zijn prijs in 1971 bij Ajax – werd gekozen tot Europees voetballer van het jaar. Zijn laatste optreden voor Barcelona kwam in 1978.
In december 1981 keerde Cruijff terug naar De Meer en bewees met een fraaie boogbal dat zijn klasse onverminderd was; de daaropvolgende seizoenen leverden hem nog twee landskampioenschappen op. Na een laatste speelseizoen bij Feyenoord, waarin hij de dubbel won, beëindigde hij zijn spelerscarrière. Als trainer (vanaf 1985) gaf Cruijff vorm aan een nieuwe generatie met spelers als Van Basten, Rijkaard en Koeman; hij won twee KNVB-bekers en de Europa Cup voor Bekerwinnaars (1986/87).
Cruijff werd een onuitwisbaar symbool voor Ajax: zijn rugnummer 14 werd in 2007 bevroren en sinds 2018 draagt het stadion zijn naam (Johan Cruijff ArenA). Zijn blijvende betrokkenheid bij de club en zijn invloed op speelstijl en clubcultuur maken hem voor altijd tot dé Ajacied.