Cruijff-leerling en geen aanhanger van 'lelijk voetbal': wie is Jong Ajax-trainer Oscar García?

woensdag, 11 februari 2026 (13:09) - Ajax Showtime

In dit artikel:

Oscar García (52), geboren op 26 april 1973 in Sabadell, is dinsdag gepresenteerd als nieuwe trainer van Jong Ajax. De Spanjaard heeft een lange, wisselvallige loopbaan als speler en coach achter de rug en is bij veel Ajax-supporters nog relatief onbekend, maar beschikt over aantoonbare ervaring in het opleiden van spelers en het leiden van clubs in verschillende competities.

Als speler doorliep García de jeugdopleiding van FC Barcelona en debuteerde in mei 1993 onder Johan Cruijff in het eerste elftal. Hij kwam tot 97 wedstrijden voor Barça, won meerdere landskampioenschappen (1993, 1994, 1998, 1999), twee keer de Copa del Rey en Europese prijzen. Na periodes bij onder meer Valencia, Espanyol en UE Lleida schakelde hij over op het trainersvak, eerst binnen Barcelona (La Masia, O19) en later internationaal.

García’s trainersloopbaan kent hoogte- en dieptepunten. In 2012 werd hij kampioen van Israël met Maccabi Tel Aviv onder technisch directeur Jordi Cruyff, maar vertrok na één seizoen om persoonlijke redenen. Daarna volgden korte periodes bij Brighton & Hove Albion, een terugkeer bij Maccabi (waar hij vertrok tijdens het Gaza-conflict), en een zwaar bekorte periode bij Watford vanwege gezondheidsklachten. Zijn meest succesvolle periode was bij Red Bull Salzburg, waar hij twee keer op rij de dubbel behaalde. Latere opdrachten bij Saint-Étienne, Olympiakos en Celta de Vigo leverden wisselend resultaat op: bij Celta hield hij de club in LaLiga, maar werd later ontslagen na tegenvallende cijfers. Ook bij Stade Reims en OH Leuven eindigden zijn klussen met ontslag, al wist hij in België degradatie af te wenden. Zijn laatste functie vóór Ajax was bij Chivas Guadalajara (januari–maart 2025), opnieuw een korte aanstelling.

Tactisch profileert García zich als een Barça-opgeleide coach die sterk door Cruijff is beïnvloed, maar niet dogmatisch vasthoudt aan één systeem. Hij wisselt tussen formaties (o.a. 3-4-2-1 en het spelen met vijf verdedigers) en zoekt een balans tussen resultaat en aantrekkelijke voetbalstijl. Zelf zei hij dat winnen belangrijk is, maar dat het aantrekkelijk moet blijven voor het publiek; hij benadrukt ook het belang van persoonlijke benadering van spelers en consequentie in de filosofie.

Belangrijk voor Jong Ajax is zijn reputatie als ontwikkelaar van talenten. Bij Barcelona O19 gaf hij speelminuten aan onder meer Gerard Deulofeu, Rafinha, Alejandro Grimaldo, Mauro Icardi en Alex Moreno. Bij Salzburg en later clubs lanceerde hij spelers als Xaver Schlager en Dayot Upamecano; bij Stade Reims brak Hugo Ekitike door en maakte daarna de stap naar grotere clubs. Die ervaring sluit aan bij Ajax’ doel om jonge spelers klaar te stomen voor het hoogste niveau.

García brengt dus ervaring in jeugdopleiding en talentontwikkeling, een voorkeur voor verzorgd voetbal met pragmatische aanpassingen, maar ook een staat van dienst van korte dienstverbanden en wisselende sportieve resultaten. Voor Jong Ajax betekent zijn aanstelling een poging om zowel attractief voetbal als individuele ontwikkeling te combineren, hoewel zijn verleden van korte periodes bij clubs een punt van aandacht blijft.