Diepe Zakken: Het Sano-bod en de illusie dat we Jordi Cruijff al doorhebben
In dit artikel:
Eind januari bood Ajax, op de eerste werkdag van nieuw technisch directeur Jordi Cruijff, naar verluidt ongeveer 12–15 miljoen euro voor NEC-middenvelder Kodai Sano — contant of met de transferrechten van Ahmetcan Kaplan erbij. Het bod mislukte, Sano bleef in Nijmegen en na de winterstop was hij sportief ander vuurwerk dan eerder verwacht. Toch is dat ene bod het meest tastbare bewijs dat er is van hoe Cruijff tot nu toe opereert, en het levert nuttige aanwijzingen — mits je de omstandigheden erbij betrekt.
Financieel was het bod destijds onder specifieke halvejaargegevens verdedigbaar: bij een vergoeding van circa 12–15 miljoen zou Ajax dit boekjaar nog maar een beperkte afschrijving (ongeveer 1,3–1,7 miljoen) en een halfjaarsalaris van zo’n 0,7–0,8 miljoen extra hoeven verwerken. Omdat er al een fors transferresultaat geboekt was en de loonsom al hoog lag, leek de aankoop acceptabel te verkopen aan een relatief smalle Raad van Commissarissen, vooral als Champions League-resultaten binnen bereik leken. Die combinatie van sportieve logica — weghalen van een concurrent en direct middenvelddilemma oplossen — en gunstige boekhoudkundige randvoorwaarden maakte het een aanvaardbare gok op dat moment.
Belangrijk is dat veel van die voorwaarden deze zomer ontbreken. Het nieuwe boekjaar begint bij nul, er zijn nog geen grote verkoopopbrengsten als buffer binnengekomen, en Europees voetbal is onzeker nadat Ajax als vijfde eindigde; een seizoen zonder Europese inkomsten is reëel. De volledige Raad van Commissarissen staat er nu ook strikter bij. Bovendien is Sano na de winter niet meer de speler die hem destijds tot een recordkandidaat maakte — wat aangeeft hoe snel transferscenario’s kunnen kantelen.
Sportief-organisatorisch heeft Cruijff in de eerste maanden veel macht naar zich toegetrokken: hoofdscouting Kelvin de Lang vertrok, Joel Lara (vertrouweling van Cruijff) kwam, en Cruijff nam de verantwoordelijkheid over Jong Ajax en Onder-19 en daarmee het technische hart. Dat kan gezien worden als het opbouwen van grip en eerst snel presteren voordat duurzaamheid wordt ingericht; minder optimistisch bekeken lijkt het op het laten steunen van veel op een kleine, hechte kern — bijna een interim-opzet.
Het Sano-geval laat dus niet per se zien dat Cruijff altijd ruimhartig zal uitgeven. Het toont vooral dat hij bereid is dossiers door te drukken die al in beweging zijn, onder precieze boekhoudkundige en sportieve condities. Nu de halfjaarcijfers, de Europese uitschakeling en een voorzichtiger toon van Cruijff zelf het plaatje hebben veranderd, staat hij voor zijn eerste echte zomerproef: scherp keuzes maken met beperkte middelen (de koopoptie op Akpom leverde een broodnodige marge) en risico’s afwegen in een onzeker transferklimaat. Het antwoord moet uit de komende weken komen: impulsief en groots of zuinig en berekend.