Een kwart eeuw Ajax Life

woensdag, 22 april 2026 (18:00) - Supportersvereniging Ajax

In dit artikel:

De auteur blikt terug op een kwarteeuw betrokkenheid bij Ajax Life en viert dat het clubmagazine de vijfhonderdste editie bereikte. Zijn persoonlijke band met Ajax begon al eerder: hij kocht zijn eerste seizoenkaart in 1992, rondde later een hbo‑opleiding Journalistiek af (2002) en schrijft sinds 2001 voor het blad. Sinds 2008 bepaalt hij als hoofdredacteur grotendeels de inhoud. Van de 500 nummers leverde hij aan 429 een bijdrage — ongeveer 86 procent.

Centraal in zijn reflectie staan twee met elkaar vervlochten werelden: de rationele, professionele binnenwereld van spelers, trainers en beleidsbepalers en de emotionele, vaak sentimentgerichte tribunewereld. Beide zijn volgens hem onmisbaar voor succes, maar brengen ook spanningen: beleidskeuzes, commerciële belangen en mediadruk veranderen telkens het gezicht van de club. Zijn oplossing is nuance en het bewaren van een privéleven waarin Ajax niet alles overheerst; toch noemt hij het schrijven over de club ook een verslaving die hem trouw heeft gehouden ondanks advies om vaker van baan te wisselen.

Het artikel is doorspekt met anekdotes en hoogtepunten uit honderden reportages: het eerste coverinterview met Mido (25 oktober 2001), de uitputtende busreis naar Inter (2002), ontmoetingen met bijzondere supporters zoals Hendrikje van Andel‑Schipper, en het verslag van de maandagmorgenclub rond Sjakie Wolffs. Spelers en gebeurtenissen passeren de revue — van Wesley Sneijder die in een taart verstopt werd tot Maxwell die praatte over zijn idool Ayrton Senna, het eerste contact met Appie Nouri, analyses van wedstrijden zoals Legia Warschau en het bijwonen van ingrijpende momenten als de petitieoverhandiging aan de KNVB in 2003. Ajax-reizen naar trainingskampen en Europese bestemmingen (Stockholm 2017, Tottenham thuis 2019) en het schrijven van een boek over Dusan Tadić illustreren de breedte van zijn werk.

Hij benadrukt zijn werkwijze: niet verblind door sterrendom maar nieuwsgierig, objectief en waarderend voor vakmanschap, een houding die hij van huis uit meekreeg. Zijn archief ziet hij als een soort opleidingstraject — van lokale SV‑verslagen tot het leiden van het magazine — en hij koestert de vele ontmoetingen met supporters en clubmensen.

Als afsluiter overweegt hij een bundel te maken na zijn “Ajaxpensioen” en formuleert hij een eenvoudige levensles: doe wat je leuk vindt en volg je hart totdat het niet meer leuk is. De viering van 500 edities is voor hem zowel mijlpaal als aanleiding om met hoop naar komende seizoenen te kijken.