Hoofdrolspelers: Bogarde op schot en Bulykin helpt Ajax terug in titelrace

woensdag, 18 februari 2026 (09:43) - Supportersvereniging Ajax

In dit artikel:

Ajax ontvangt zaterdag om 21.00 uur NEC; de twee ploegen troffen elkaar al 44 keer in de competitie. In de rubriek ‘hoofdrolspelers’ worden twee memorabele duels uit de clubgeschiedenis belicht waarin verrassende Ajax-spelers de show stalen: Dmitry Bulykin tegen NEC in 2012 en Winston Bogarde in 1997.

19 februari 2012 — Ajax, toen landskampioen en met drie sterren op het shirt, kreeg NEC in de ArenA terwijl concurrent PSV eerder die dag had verloren. Een zege zou Ajax terug in de titelrace brengen. De onverwachte man van die middag was de Rus Dmitry Bulykin, een robuuste spits die in Amsterdam uiteindelijk 10 keer scoorde in 26 wedstrijden. Bulykin maakte binnen vijf minuten de openingstreffer na een actie van Siem de Jong; drie minuten later stond Jan Vertonghen al op 2-0. Rond het halfuur benutte Bulykin opnieuw een voorzet — ditmaal na voorbereidend werk van Christian Eriksen en Aras Özbiliz — en zette Ajax daarmee op 3-0, waarmee de wedstrijd in feite beslist was. Na rust voegde De Jong nog een treffer toe. Bulykin moest vanwege kramp ruim na het halfuur gewisseld worden maar keerde kort terug en kreeg na afloop de wedstrijdbal met ‘100’ erop — een knipoog naar zijn honderdste carrièregoal. Ajax pakte dat seizoen uiteindelijk de 31ste landstitel.

19 april 1997 — In de Amsterdam ArenA won Ajax ruim met 5-0 van NEC. Louis van Gaal had Winston Bogarde geposteerd op het linkermiddenveld vanwege zijn positieve bijdrage in eerdere toppers. Bogarde stond na 31 seconden al op het scorebord, een kopbal na een voorzet van Ronald de Boer (die die avond als spits speelde). Hij bleef actief en bracht Ajax diepmotoriek; hij was bovendien betrokken bij de 2-0 door druk op de NEC-defensie en maakte kort voor rust zelf de 3-0 na een fraaie loopactie en een schuivende afronding. Net als bij Bulykin liep Bogarde vlak voor rust een blessure op en moest hij de strijd staken. In de tweede helft breidden Ronald de Boer, Kiki Musampa en Tijani Babangida de score uit; Dani kreeg die avond de titel Man of the Match, al liet Van Gaal doorschemeren dat hij een andere keuze had kunnen maken.

Beide duels tonen hoe ingevallen of onconventionele keuzes onverwacht bepalend kunnen zijn: spelers die snel scoorden en fors bijdroegen aan een duidelijke Ajax-overmacht, en die beide in hun wedstrijd ook met blessures te maken kregen.