Lachen om zevenhonderd lange camouflage regenjassen in Bakoe
In dit artikel:
Kort voor de aftrap van FK Qarabag–Ajax (2–4) in het Tofikh Bakhramovstadion valt één opvallend beeld: honderden stewards in lange camouflageregencapes op de sintelbaan. Ongeveer zevenhonderd mannen in rijtjes van twee schuifelen in de stromende regen naar hun positie, met capuchon op en handen keurig op de rug. Ze blijven drieënhalf uur stokstijf staan, gericht op hun aangewezen tribunevakken; wat er op het veld gebeurt zien ze bewust niet. Achter die eerste linie staat een tweede rij, gekleed in zwart met gele hesjes, die op hun beurt naar de regenjassen kijken — een haast komische wederzijdse bewaking.
Ondanks de massale beveiliging en de plensbui blijft de sfeer onder supporters opvallend goed. Een deel van de Qarabag-fans probeert te provoceren met telefoontjes waarop Feyenoordlogo’s verschijnen en met een wave van lichtjes, maar het uitvak van Ajax laat zich niet van de wijs brengen. Op het veld zorgt Anton Gaaei voor een fraai doelpunt dat het uitvak doet ontploffen; later maakt Oscar Gloukh het op het scorebord definitief: 2–4. Na afloop druipt het thuispubliek weg en viert het uitvak een pogo en plaagzang richting het lege thuisvak.
Pas na het eindsignaal en een oproep van hogerhand verlaten de regencapes hun posten, begeleid door gejuich en het A‑Team-deuntje. Tot die tijd blijven ze plichtmatig turen naar inmiddels leeggeraakte stoeltjes — een even koddig als volstrekt belachelijk schouwspel. Voor Ajax betekent de nacht in Baku drie Champions League‑punten en een opgeluchte terugkeer naar de bus.