Met Nijhuis naar De Kuip voor de klassieker
In dit artikel:
Het is zondagochtend 28 oktober 2012 en de schrijver staat als woordvoerder van de KNVB dichtbij de klassieke kraker Feyenoord–Ajax in De Kuip. Bas Nijhuis fluit die middag; omdat het een beladen wedstrijd is, adviseert de KNVB een begeleidende woordvoerder. Daardoor krijgt de auteur toegang tot plekken die normaal gesloten zijn: de kleedkamer van de arbitrage, de gangen en de perstribune, en kan hij direct de sfeer en reacties peilen.
Op het veld opent Christian Eriksen vroeg de score (12’) en De Kuip valt stil; pas later maakt debutant Jean Paul Boëtius gelijk en laat Ajax-verdediger Ricardo van Rhijn zich verrassen. Niklas Moisander krijgt in de wedstrijd een eerste gele kaart van Nijhuis waar veel aanwezigen kritiek op hebben. In de slotfase trekt Moisander aan het shirt van Graziano Pellè, waarop Nijhuis hem – temidden van felle protesten van Feyenoordspelers en publiek – een tweede gele kaart toont. De beslissing raakt velen als controversieel. Ajax lijkt de zege veilig te houden, maar Pellè scoort in de negentigste minuut een fraaie gelijkmaker: 2-2.
Na het fluitsignaal zoekt de schrijver reacties in de drukke gangen. Trainer Frank de Boer uit onvrede en noemt de tweede gele kaart zwaar bestraft; er gaan stemmen dat Nijhuis mogelijk “zijn stempel op de wedstrijd wilde drukken.” De Telegraaf en het Algemeen Dagblad hebben uiteenlopende duidingen: het ene medium spreekt over kantelpunten, het andere nuanceert meer en benoemt kritiek op mogelijke beïnvloeding door het enthousiaste Kuip-publiek (“Kuipstress”).
Nijhuis verschijnt niet voor de camera in het stadion, maar geeft woorden aan de pers buiten de poort en aan De Telegraaf. Hij verdedigt zijn beslissingen en zegt dat de beelden bevestigen wat hij in de wedstrijd zag; volgens hem had het niets te maken met het publiek dat om hem heen stond. Over de eerste gele kaart nuanceert hij dat Moisander wel de bal raakte, maar dat de tackle te hard was en risico op blessure gaf. Zijn collega-scheidsrechters steunen zijn keuzes.
Het verhaal is behalve wedstrijdverslag ook een blik achter de schermen: de zenuwen in de scheidsrechterskleedkamer, de taak van een KNVB-woordvoerder om sentimenten te peilen, en de ongemakkelijke leegte in De Kuip door het ontbreken van uitpubliek. De auteur koestert de unieke ervaring van dichtbij bij een klassieker aanwezig te zijn, maar sluit af met een wens: hopelijk zijn supporters van beide clubs ooit weer vrij welkom in elkaars stadions — en wie weet fluit Nijhuis dan opnieuw.