'Mooie les voor 2026: weg naar succes voor Ajax ligt in de toekomst en nooit in het verleden'
In dit artikel:
In 2025 vierde Ajax zijn 125-jarig bestaan en ter gelegenheid daarvan bundelden zeven auteurs onder leiding van uitgever Matty Verkamman en organisator Brian Borghardt hun krachten voor twee dikke naslagwerken van elk circa 800 pagina’s. Journalist Menno Pot (1975) en historicus Henk Mees (1948) nemen in het boekdeel dat zij samenstelden verantwoordelijkheid voor meerdere hoofdstukken en vertellen in dit interview over hoe die samenwerking en de inhoud tot stand kwamen.
De verdeling van onderwerpen gebeurde deels op basis van leeftijdsgebonden ervaring en individuele interesse: Mees, die de jaren tachtig en negentig bewust meemaakte, trok zich de hoofdstukken rond Johan Cruijff en die periodes aan, terwijl Pot graag over zijn jeugdidolen en over thema’s als de Eerste Wereldoorlog schreef. Verkamman richtte zich juist op de Ajax-historie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Door die uiteenlopende expertise ontstond een breed palet aan invalshoeken binnen de twee boeken, van clubanekdotes tot diepgravende historische essays.
De auteurs illustreren hun verhalen met anekdotes — zo komt David Endt aan bod omdat hij als teammanager grote delen van de recente clubgeschiedenis meemaakte en volgens Pot zelfs aanwezig was bij de Europacupfinale tegen Internazionale in 1972 — en met reflecties op moderne en historische beleidskeuzes. De publicatie viel rond de jubileumdatum (18 maart 2025), waardoor de afronding van het seizoen 2024/25 niet in het boek kon worden meegenomen. Dat frustreerde Pot, die vindt dat het niet mogelijk was een rechtvaardig oordeel te vellen over trainer Francesco Farioli en over het mislopen van de landstitel in het jubileumjaar.
Een centraal thema in het gesprek is wat Ajax uniek maakt. Mees benadrukt kwaliteitsvoetbal als kernwaarde; Pot ziet aanvallend, vernieuwend voetbal als rode draad, met drie piekmomenten: begin jaren zeventig, midden jaren negentig en 2019. Beide auteurs waarschuwen echter dat succes geen terugkeer naar het verleden veronderstelt. Pot noemt “vernieuwing” zelf het echte Ajax-DNA: het gevaar ligt erin het begrip te romantiseren als iets wat je eenvoudig kunt herstellen wanneer het even tegenzit. Mees plaatst de altijddurende vernieuwingen van de jaren zeventig en negentig in perspectief en twijfelt of 2019 evenzeer een era was die het wereldvoetbal blijvend heeft veranderd.
Tegenover moderniteit staat binnen Ajax volgens de schrijvers ook een conservatieve traditie. Mees blikt terug op de discussie rond de invoering van betaald voetbal in 1954 als vroeg voorbeeld van intern verzet, en Pot ziet die reflex opnieuw terugkomen in recente beslissingen. De auteurs prijzen aan de andere kant moderniserende invloedrijke coaches — met name de benoemingen van Erik ten Hag en Farioli werden genoemd als stappen vooruit — en geven aan dat Ajax moet blijven zoeken naar vernieuwende coaches in plaats van terug te grijpen naar behoudende oplossingen (Pot gebruikte daarbij expliciet het contrast tussen een “nieuwe Farioli” en een “nieuwe Heitinga”).
De rol van de jeugdopleiding komt uitgebreid aan bod. Mees en Pot schetsen welke eigenschappen jonge spelers nodig hebben om door te stromen: techniek, durf en stressbestendigheid, gecombineerd met het vermogen zich aan te passen aan strakke tactische kaders. Pot benadrukt dat Ajax paradoxaal genoeg zowel een kweekplaats voor sierlijk, aanvallend talent is als een uitgesproken systeemclub waarin individuele kwaliteiten binnen discipline moeten passen. Continuïteit, begeleiding door ervaren krachten en het altijd blijven doorontwikkelen van de opleiding zijn volgens hen cruciaal voor toekomstig succes.
Abdelhak Nouri wordt in het boek gepresenteerd als symbool van wat Ajax uit de jeugd kan voortbrengen: technisch, toegewijd en verbindend, bovendien een gezicht dat past bij het multiculturele Amsterdam. Beide auteurs noemen de clubhistorie als een verhaal van import en lokale vernieuwing — van Surinaamse invloeden in de jaren tachtig tot spelers uit de regio — en leggen verbanden tussen maatschappelijke veranderingen en de spelersselecties door de jaren heen.
Als slotboodschap geven Pot en Mees Ajax mee: behoud de identiteit, maar richt je op de toekomst. Vernieuwing en modern denken moeten leidend blijven, aldus Pot, want succes komt voort uit het vooroplopen in ontwikkeling en het omarmen van moderne methodes, systemen en talent uit alle hoeken. Het boekwerk wil precies dát doen: een overzicht geven van 125 jaar clubgeschiedenis met oog voor both traditie en transitie, terwijl het tegelijk vragen oproept over hoe Ajax in 2026 en later relevant en toonaangevend kan blijven.