On This Day | Heinz Stuy keept laatste duel als Ajacied
In dit artikel:
Heinz Stuy beëindigde op 24 januari 1976 zijn loopbaan als doelman van Ajax met een thuiswedstrijd tegen FC Den Haag — zijn 193e en laatste optreden voor de club, waarin hij opnieuw de nul hield. Stuy, afkomstig van Telstar, maakte zijn debuut op 11 september 1968 in de Intertoto tegen Torino, maar begon bij Ajax als tweede keeper achter Gert Bals. Onder trainer Rinus Michels werkte hij zich snel op tot eerste keuze en werd een vaste waarde in wat later het Gouden Ajax zou heten.
In het eerste grote succesjaar 1970/71 was Stuy onbetwist nummer één en stond hij in de finale op Wembley waar Ajax Panathinaikos met 2-0 versloeg. Ook in de daaropvolgende Europese finales tegen Internazionale (1972) en Juventus (1973) bleef hij zonder tegengoal, en in 1972 pakte Ajax onder meer de eerste wereldbeker voor clubteams. Stuy speelde een sleutelrol in de defensie van het elftal dat eerst door Michels en later door Stefan Kovács werd opgebouwd.
Na die gloriejaren volgde een sportieve neergang. Na de gewonnen Europese Supercup in januari 1974 raakte Stuy zijn basisplaats kwijt; in 1974/75 gaf hoofdtrainer en technisch directeur Hans Kraay senior de voorkeur aan Piet Schrijvers. In zijn laatste seizoen (1975/76) fungeerde Stuy voornamelijk als stand-in en kwam hij nog vier keer in actie. Interim-trainer Michels gaf hem vlak voor zijn afscheid nog zijn laatste kans onder de lat. In de teamfoto van zomer 1976 ontbrak hij voor het eerst in acht jaar.
Wat overblijft zijn de herinneringen aan zijn rol in de meest succesvolle periode uit de clubgeschiedenis: een betrouwbare doelman die meehielp aan drie opeenvolgende Europese titels en internationale triomfen. Vandaag de dag leeft de inmiddels tachtigjarige Stuy nog steeds als trotse Ajacied voort in de herinnering van supporters.