OTD 60 jaar geleden | Barry Hulshoff debuteert in Klassieker

vrijdag, 9 januari 2026 (08:04) - Ajax Clubsite

In dit artikel:

Op 9 januari 1966 maakte de negentienjarige Barry Hulshoff zijn debuut in Ajax 1 — en meteen in De Klassieker, voor een uitverkochte Kuip. Een halfjaar eerder was hij nog met Ajax A1 landskampioen geworden naast leeftijdsgenoot Johan Cruijff; Cruijff had al eerder zijn entree in het eerste elftal gemaakt. Trainer Rinus Michels, die sinds januari 1965 een rigoureuze vernieuwing en verharding van de ploeg doorvoerde, schoof de jonge verdediger naar voren omdat zowel Henk Groot als routinier Ton Pronk geblesseerd ontbraken.

Ondanks het slechte winterveld en de spanning hield Hulshoff zich kranig in het hechte Ajax-collectief. Feyenoord kwam kort na rust op voorsprong via een actie van Harry Bild en Henny Weering, maar Ajax bleef rustig en Cruijff maakte twaalf minuten later gelijk uit een assist van Piet Keizer: 1-1. Die remise was genoeg om de koppositie te behouden; later dat seizoen, op 15 mei, werd Ajax in Enschede definitief kampioen, waarmee de wederopstanding van de club bezegeld werd.

Het seizoen 1966 bracht voor Hulshoff ook op Europees niveau een veelbelovend begin: een week na Ajax’ 5-1 thuiszege op Liverpool speelde hij op Anfield een sterke wedstrijd in het 2-2-gelijkspel. In de jaren daarna ontwikkelde hij zich tot een vaste waarde achterin: technisch opvallend, zelden brutaal in duels en cruciaal bij legendarische confrontaties zoals de kwartfinale tegen Benfica in 1969.

In het begin van de jaren zeventig oogstte Hulshoff met Ajax de grootste successen: drie opeenvolgende Europacups, de Wereldbeker van 1972, zeven landstitels, vier KNVB-bekers en twee Europese Supercups. In de zomer van 1977 besloot hij na 385 wedstrijden een punt achter zijn loopbaan bij Ajax te zetten. Wat begon in een koude Kuip als een zenuwachtige debuutavond, groeide uit tot een lange, glansrijke loopbaan als steunpilaar van het gouden Ajax.