Padt bezweek onder de druk bij Ajax: 'Stond ik dan tussen Suárez, Huntelaar en Stekelenburg'
In dit artikel:
Sergio Padt, nu 35, vertelt in Voetbal International openlijk hoe de overstap van Ajax-jeugd naar het eerste elftal volledig misliep door de enorme druk. Als jong keeper trainde hij goed in het tweede elftal, maar zodra hij bij het eerste tussen sterren als Luis Suárez, Klaas-Jan Huntelaar en Maarten Stekelenburg kwam, raakte hij geblokkeerd: simpele ballen verwerkte hij fout en hij kreeg het mentaal niet onder controle. Padt noemt zichzelf destijds terughoudend en timide; hij durfde nauwelijks met de gevestigde namen te praten en sloot zich af.
In 2010 werd hij verhuurd aan Haarlem, de satellietclub van Ajax, maar daar kreeg hij nauwelijks speelkansen en de club ging failliet. Die periode was chaotisch en confronterend: spelers kregen hun salaris niet meer en de situatie dwong hem uit de luxe van Ajax te stappen. Een volgende verhuur naar Go Ahead Eagles in Deventer bleek cruciaal: als eerste keeper leerde hij op eigen benen staan, ervaarde hij het echte wedstrijdvoetbal en merkte hij zowel de steun van het publiek als de harde kritiek wanneer zijn vorm wegviel. Technisch directeur Marc Overmars wilde hem wegkopen bij Ajax, maar AA Gent kwam tussendoor.
Na zijn Belgische avontuur vestigde Padt zich bij FC Groningen en schopte het uiteindelijk tot het Nederlands elftal onder Ronald Koeman. Ook daar voelde hij aanvankelijk weer spanning, maar hij werd goed opgenomen. In Oranje was hij vooral onder de indruk van Frenkie de Jong: Padt noemt hem uitzonderlijk zelfverzekerd en vrij in zijn spel, een speler die al vroeg het verschil maakte door de bal te pakken en het spel te dicteren.
Het verhaal van Padt is er een van talent dat aanvankelijk hapert onder druk, maar door tegenslag en verplaatsing naar kleinere clubs groeit naar volwassenheid en uiteindelijk internationaal niveau.