Ray Clarke en de dag dat de magie begon
In dit artikel:
In een Londense hotellobby ontmoet de schrijver de oud-Ajacaspits Ray Clarke (73): gekrompen en met grijs haar, maar nog herkenbaar aan zijn haviksogen. Bij hem is beginnende Alzheimer vastgesteld; hij vergeet soms een kop thee of de weg naar de uitgang, maar kan vaak verrassend helder vertellen over zijn voetbaltijd — zelfs kleine details zoals dat Johan Cruijff twee grote Dobermanns had. Clarke was in 1978/1979 de spits die met 38 doelpunten Ajax naar landskampioenschap en KNVB‑beker schoot.
Clarke en zijn vrouw Cindy, die hem als mantelzorger begeleidt, wonen dichter bij de kliniek omdat hij meedoet aan onderzoek met een nieuw medicijn dat dementie beheersbaar moet maken. Die verhuizing naar een kleiner appartement is nog niet voltooid; het dubbele leven van patiënt en ex‑topspeler is zichtbaar in alledaagse dingen: twee lege stoelen, herinneringen die wél blijven en praktische achteruitgang die groeit. Clarke reflecteert realistisch over zijn toekomst: “Natuurlijk vraag ik mezelf op een somber moment weleens af: hoelang heb ik nog?”, zegt hij, maar hij wil de ziekte bestrijden zolang hij anderen en zichzelf daarmee kan helpen.
Voor de schrijver van het stuk raakt Clarke meer dan alleen als sporticoon: hun ontmoeting activeert persoonlijke herinneringen aan zijn eigen vader, die in 2017 overleed aan Alzheimer. Dat verbindt twee generaties: de auteur herinnert zich levensecht de finalelente van 1979 in De Meer, toen 23.000 toeschouwers Ajax kampioen zagen worden en Clarke in de 84ste minuut het bevrijdende doelpunt maakte — een moment dat hij, en later de schrijver als kind, nooit vergat. Clarke vertelt dat hij op de schouders werd gedragen en dat die herinnering gekoesterd wordt: “We keep that memory alive.”
Het verhaal schetst enerzijds het aangrijpende persoonlijke effect van dementie op oud‑sporters en hun naasten, en anderzijds de hoop en strijd rond nieuwe behandelopties. Tegelijk is het een ode aan kwetsbare herinneringen: sportmomenten die het leven blijven verlichten, ook als het geheugen langzaam vervaagt.