Reisverslag Excelsior Maassluis-uit: lekker potje bekervoetbal
In dit artikel:
Ajax reisde woensdagavond met een supportersbus naar Rotterdam voor een KNVB-bekerwedstrijd tegen Excelsior Maassluis, die werd gespeeld in Het Kasteel. De verslaggever schetst de typische awayday: haast, een vergeten werktelefoon, extra veiligheidscontroles en een moeizame vervoersregeling waarbij supporters via de Johan Cruijff Arena moesten opstappen — iets wat tot onvrede leidde omdat eerdere combinaties andere opstappunten toestonden. Ook is er kritiek op de kaartverdeling: van het stadion met ruim 11.000 plaatsen mocht de thuisclub door burgemeester en politie maar 4.200 tickets verkopen; Ajax kreeg slechts enkele honderden kaarten, waardoor veel geïnteresseerden buiten de boot vielen. De schrijver pleit voor een eerlijker systeem (bijvoorbeeld loyaliteitspunten of opening voor EU-uitkaarthouders/leden) zodat vaker echte supporters naar dit soort duels kunnen.
Na rit en controles betrekt de meegereisde schare het uitvak, waar direct een sterke sfeer ontstaat — deels dankzij vaste aanhang, deels door nieuwe, gemotiveerde supporters die vocaal het grootste deel van de negentig minuten voor hun rekening nemen. Op de tribune gaat het ook om traditie en kleine pleziertjes: een georganiseerde vuurwerkshow langs de lange zijde en fakkels bij de boarding, die door de schrijver als voorbeeld worden genoemd voor regulering in samenspraak met supporters in plaats van een algeheel verbod.
Op het veld oogde Ajax scherp en gretig, vooral dankzij jeugdspelers zoals Rayane Bounida. Binnen 24 minuten stond het 0-3; bij rust 0-4. In de tweede helft roerde interimcoach Fred Grim flink in de opstelling: veel wissels, jeugdige invallers en Jong Ajax-spelers kregen speeltijd, naast routiniers als remk0 Pasveer, Youri Baas en Branco van den Boomen. Pasveer werd na afloop even extra in het zonnetje gezet: hij speelde zijn honderdste wedstrijd voor Ajax. Zestienjarige Abdellah Ouazane maakte zijn Ajax-debuut. Eindstand: 2-7 in het voordeel van Ajax — een ruim en overtuigend resultaat dat de vrees voor een herkansing van de blamage tegen USV Hercules deed verdwijnen.
De schrijver complimenteert de aanwezige aanhang: juist supporters die normaal geen toegang krijgen, voegden veel sfeer toe. Na het eindsignaal worden doeken en drums opgeruimd, vlaggen afgebroken en keert de busgroep rond 20.50 uur huiswaarts; minder dan een uur later zijn ze weer bij de Johan Cruijff Arena. De belevenis laat de auteur achter met gemengde gevoelens: tevreden over het voetbal en de aanwezigheid van eigen jeugd, maar kritisch over de logistiek en kaartverdeling. Vooruitkijkend noemt hij de komende competitiewedstrijd in Nijmegen als belangrijke test voor de minimaal behoudende ambities in de competitie en sluit hij af met het verlangen naar meer bekeravondjes op terreinen als Sportpark Dijkpolder — mits met een fatsoenlijke vervoersregeling en betere toegang voor echte supporters.