Reisverslag NEC-uit: oliebollen en megadoek in uitvak
In dit artikel:
Het laatste duel van het kalenderjaar speelt zich af in De Goffert in Nijmegen: een uitwedstrijd van Ajax tegen NEC waarbij supporters en sfeer minstens zo veel aandacht krijgen als het voetbal zelf. De schrijver vertrekt vroeg in de avond (rond 17.30 uur), loopt tegen scan- en kaartlogistiek aan (een korte verwarring omdat hij nog inlogde met iemands anders QR) en prijst de gastvrijheid van NEC: snelle entreeprocedures, een welkomsbord en bij binnenkomst een oliebol als attentie — een opmerking over hoe sommige clubs (zoals Fortuna Sittard en NEC) stappen zetten in gastvrijheid, terwijl anderen terugvallen.
In het uitvak vallen twee supportersfronten op. Legio Noviomagum (LN05), een Nijmeegse groep opgericht in 2005, heeft jarenlang gepleit voor een capostand voor uitsupporters en voert indrukwekkende acties uit; tijdens hun twintigjarig jubileum gebruikten ze rook die aan een doek hechtte om een groot silhouet te creëren. Ze publiceren zelfs de exacte afmetingen van het uitvak op hun site, wat bezoekers helpt met megadoeken. Aan ajaciedenzijde is Ultras Amsterdam aanwezig met een opvallend megadoek en een tekst over de balustrade: "XXV is coming", een verwijzing naar 2001 en Vak410. Het megadoek rolt spectaculair van boven over de handen en hoofden van de vijfhonderd aanwezige Ajacieden. Ook Nijmegen Fanatics tonen voorbereiding met een hims- en tekstdoek over generatiesupport voor NEC en doeken met 1900 plus (oud-)spelers.
Op het veld verloopt het gerechtel met veel spelmomenten en arbitrale controverse. Een aantal ingrepen van de VAR beïnvloeden de wedstrijd: een ogenschijnlijke reeks reddingen van NEC-doelman Vitezslav Jaros eindigt na VAR-interventie toch in een tegendoelpunt, er volgt een moment waarbij een vermeende rode kaart voor Bryan Linssen wordt omgezet in geel, en tussendoor vinden Kasper Dolberg en Mika Godts het net aan de overzijde. Daarnaast krijgt Sami Ouaissa een directe rode kaart. Ajax oogt slordig met de ruimte tegen een nog aanvallend NEC, en het duel eindigt in een 2-2-gelijkspel — een resultaat dat door supporters van beide kampen verschillend wordt beoordeeld, maar moeilijk onterecht genoemd kan worden.
De support tijdens de wedstrijd is redelijk van beide kanten; bijzondere anthems (zoals een nummer voor Dolberg dat refereert aan Deens succesvoetbal uit de jaren tachtig) vallen op en worden met plezier meegezongen. Na het laatste fluitsignaal applaudisseren spelers en uitsupporters lang naar elkaar; er is tegelijk onzekerheid en speculatie over spelersmilities voor komende weken (de auteur vraagt zich hardop af of Kenneth Taylor vertrekt en verwacht dat er meer beweging kan volgen).
Praktisch eindigt de avond met de gebruikelijke supportersrituelen: bussen vertrekken eerst, poorten sluiten, auto’s mogen later weg en de supporters trekken huiswaarts om de feestdagen in te gaan. Voor Ajax-fans betekent dit drie weken zonder thuiswedstrijden — wel staan er trips naar Noord-Ierland en Engeland op het programma, en over drie weken al een verplichte buscombi-uitwedstrijd tegen Telstar, iets waar de schrijver later over zal klagen.
De avond laat een gemengd beeld achter: na een seizoen dat begon met hoop en eindigde met negatieve records, brengt deze laatste uitwedstrijd van het jaar zowel kritische noten over spel en scheidsrechterlijke beslissingen als positieve signalen over supporterscultuur, gastvrijheid in De Goffert en opvallende tribunescènes. Tot slot: afscheid met handen schudden, omhelzingen en de wens voor fijne feestdagen — en een blik vooruit: Tot 2026.