Sören Lerby groeide na debuut uit tot record-Ajacied
In dit artikel:
Op 11 april 1976 maakte de toen achttienjarige Deen Sören Lerby tegen Go Ahead Eagles zijn debuut in Ajax 1, op het veld van het stadion De Meer. Vier maanden nadat Rinus Michels hem (samen met landgenoot Frank Arnesen) naar Amsterdam had gehaald van Fremad Amager, kreeg Lerby zijn eerste speelminuten in het eerste elftal. Dat seizoen eindigde Ajax nog als derde in de competitie, maar voor Lerby begon een jarenlange opmars binnen de club.
Lerby ontwikkelde zich snel van jong talent tot onmisbare middenvelder en leider. Hij groeide uit tot aanvoerder en stond bekend om zijn onverzettelijkheid, fysieke spel en keiharde schot; ook zijn karakteristieke afgezakte kousen werden een herkenningsteken. Met Lerby als een van de drijvende krachten pakte Ajax vanaf 1977 vijf landskampioenschappen en bereikten ze in 1980 de halve finale van de Europa Cup I. Gedurende zijn Ajax-periode scoorde hij veelvuldig (totaal 92 doelpunten) en liet hij zien teamspel te versterken door zijn aanwezigheid.
Zijn Ajax-loopbaan omvatte 269 officiële duels; de laatste was op 17 mei 1983, in de beslissende wedstrijd van de KNVB bekerfinale tegen NEC. Lerby vertrok dat jaar als dubbelwinnaar: kampioen en bekerhouder. Daarna zette hij zijn carrière voort bij FC Bayern München en maakte hij als Deens international ook naam op het hoogste niveau. Na zijn actieve loopbaan werkte hij kort als trainer en later als zakenman/zaakwaarnemer.
Het record van 269 wedstrijden maakte Lerby jarenlang de buitenlander met de meeste optredens voor Ajax, totdat landgenoot Lasse Schöne hem in augustus 2019 voorbijging (Schöne kwam uiteindelijk tot 287 officiële wedstrijden). Wat blijft is Lerby’s nalatenschap: de beeldvorming van een harde, leidende middenvelder die Ajax in een periode van vernieuwing stabiliteit en succes hielp brengen.