Weijs niet blij met optreden Jong Ajax; trainer spreekt steun uit voor Heerkens, Bounida en Kaplan
In dit artikel:
Jong Ajax verloor maandagavond in Utrecht met 4-3 van Jong FC Utrecht. Oefenmeester Willem Weijs was fel kritisch over het optreden van zijn team: de beloften waren slordig aan de bal, drukten nauwelijks en functioneerden niet als collectief, waardoor eerdere positieve stappen die tegen Jong AZ waren gezet meteen weer teniet werden gedaan.
De ploeg kwam wel op voorsprong, maar kon die voorsprong niet vasthouden. Weijs zag met name fouten in de opbouw: de spelers vonden te weinig de vrije man en misten diepgang en aansluiting bij de aanvallen. In een lastige uitwedstrijd tegen een compact en agressief spelend Utrecht kregen de wisselende selectiesamenstellingen en enkele spelers die normaal bij Ajax 1 spelen (onder anderen Youri Regeer en Jorthy Mokio) de coach niet als excuus; wel erkende hij dat het moeilijker is een vaste speelstijl en hecht collectief te ontwikkelen bij veel personele roulatie.
Doelman Joeri Heerkens, deze zomer overgekomen van Sparta Praag, hield twee strafschoppen tegen maar maakte bij de 1-1 een ongelukkig moment door de bal naar Regeer te spelen onder druk. Weijs nam hem in bescherming: Heerkens is nieuw, nog zoekende in de specifieke Ajax-opbouw en stond ver buiten zijn comfortzone. De trainer benadrukte bovendien dat de opbouwproblemen niet alleen bij de keeper lagen en vroeg zich af of verdedigers en middenvelders hem wel genoeg opties gaven om de juiste keuzes te maken.
Positief was de individuele prestatie van Rayane Bounida: hij scoorde twee keer en gaf een assist, en bleef voor Weijs hét lichtpunt in een verloren wedstrijd. Ook Ahmetcan Kaplan kreeg steun van Weijs; hoewel hij op de nominatie staat om Ajax te verlaten en zondag niet mee trainde met Jong Ajax, wilde Kaplan graag spelen en wordt zijn inzet gewaardeerd. Weijs erkende dat korte extra meetings van tien à vijftien minuten de samenhang onvoldoende konden herstellen.
Kort samengevat: de nederlaag in de Domstad legt vooral structurele pijnpunten bloot in samenhang, opbouw en teamspel bij Jong Ajax, terwijl individuele kwaliteiten zoals die van Bounida wel aanwezig blijven.